Naar een Erotische Cultuur van de Overgave
 
 

if you don’t fight gravity, it will eat you
Nelly Mazloum, meester buikdanseres

Verloren dromen, gebroken vluchten

Ooit leefden we absolute dromen, geloofden we in een groots en krachtig leven. We wisten dat we konden dansen zoals in onze jeugdige verliefdheid en zweven in de hemel: met een grote glimlach in ons hart, volledig bij onszelf en samen met de ander, overlopend van ideeën, een lijf vol energie... Maar ergens zijn we opgehouden te vliegen...
Het levensverslindende monster heet ‘het leven zoals het nu eenmaal geleefd wordt’. We merken het nauwelijks, maar langzaam maakt het ons zwaar. Dag na dag, bij elke kleine beslissing. We wennen aan het kleine (on)geluk, raken opgesloten in onze eigengemaakte eenzaamheid, gebruiken woorden als muren en gezelligheid als ramen. Onze ster dooft langzaam, onze buik verbergt zich diep tussen onze schouders. Onze onbekommerde overgave, onze passionele kwetsbaarheid, onze grootse kleinheid laten we overwoekeren door een torenhoog pantser. We raken immuun - voor elke invloed, voor elke emotie. We luisteren steeds minder en elke dialoog wordt een monoloog die uiteindelijk zichzelf citeert - zonde.

Of toch?

als je toelaat dat je oud/out wordt voor je je jeugd ten volle uitgeput hebt
als je je dromen bijstelt als het moeilijk wordt
als je woorden geen buik meer hebben
als je hart verschrompelt tot een ‘ik’
als je de hemel verdoemt vóór je je hoogste punt bereikt
als je denkt het alleen te kunnen
kortom, als je jezelf opgegeven hebt
en ook al voel je de verliefdheid stromen door je aders
(of ook niet).

kan niemand je nog redden

of toch?

 

PROJECT: EEN CULTUUR VAN DE OVERGAVE

Ik geloof dat we monsters kunnen bevechten, dat we de zwaartekracht kunnen overwinnen, dat we kunnen vliegen. Ik geloof in de moed om te kiezen voor de hemel en in de durf onszelf te verliezen - los te komen van de aarde, de zo vertrouwde zwaartekracht.

Ik geloof in een cultuur van de overgave. Waarin we ons helemaal en zonder voorwaarden openleggen voor wie/wat anders is. Waarin we de zuigkracht van het kleine leven ontstijgen in het mededogend luisteren naar de ander. Waarin we hier en nu aanwezig zijn bij en voor de ander. Waarin de overgave aan het anders-zijn ons de kracht en de inspiratie geeft om voortdurend te veranderen. Waarin we onszelf, en dus de wereld, steeds weer nieuw beléven, veránderen, verbeteren.
Een hoogst erotisch project.

Een mededogende blik

In de mededogende openheid naar de/het andere ligt de rijkdom en de kracht om te blijven evolueren, om telkens ánders te worden, telkens ánders te zijn.
Laten we die ander het grenzenloos vertrouwen schenken om ons écht aan te raken, écht te beïnvloeden, écht in vraag te stellen...
Laten we onze grootsheid niet zoeken bij onszelf maar in de overgave aan de/het andere.

De weg naar de ander/het andere gaat niet alleen langs het verstand of het hart. Het is vooral een lijfelijke weg. Want het is in onze lijfelijke gewoontes dat de zwaartekracht zich vastschrijft. Door in ons lijf te wonen en een lijfelijke openheid voor en met de ander te ontwikkelen, kunnen we de patronen van ons gewone doen doorbreken, kunnen we terug leren vliegen...

Eens we van deze genialiteit geproefd hebben, kunnen we kunst of wetenschap bedrijven, ‘belangrijk’ zijn of onopgemerkt door het leven gaan - het maakt niet uit. De grootsheid van de ander kristalliseert zich toch op een eigenzinnige manier in onze talenten. We voelen het in ons lijf, we ervaren het in onze manier-van-in-de-wereld-staan...

Weigerachtigheid

Waarom dan vluchten we van hier naar daar, en geven we onszelf niet de tijd en stilte om te luisteren naar die stem diep/hoog in ons, naar wie ons tegen-spreekt? Waarom dan leggen we ons neer bij de bestaande onverschilligheid, kopiëren we de verdrukkende structuren die vroegere generaties opbouwden? Waarom dan zijn we zó bang van verandering dat we ons liever vastklampen aan het vertrouwde ongeluk dan de sprong te wagen naar de grootsheid en het vliegen?
We denken: “Het is toch al zo moeilijk om gewoon te zijn, om gewoon te doen. Waarom zouden we ons open en kwetsbaar moeten opstellen? Waarom zouden we moeten streven naar die ‘eenzame hoogtes’ van onze genialiteit?” (Een eenzaamheid die trouwens even eenzaam is als de top van de Monc Blanc - zonder dagelijkse beslommeringen, maar met de hemel voor ons...)
Een antwoord is: “misschien juist daarom, omdat gewoon-doen leidt tot de zwaarte van de gewone eenzaamheid, van het gewone ik-ben-niet-thuis-in-mijn-lijf, van het gewone ik-voel-me-niet-goed-in-de-wereld? Omdat we in onszelf niets vinden dan de kleinheid van psychologie, sociale middelmaat en kortzichtig eigenbelang? Omdat ons eigengemaakt noodlot, dat van het gewone leven waar we telkens opnieuw voor kiezen, ons niet toelaat onze mogelijkheden volledig te ontplooien?”

 

EEN WEG

Vrijruimtes

Als we écht aan de zwaartekracht willen ontsnappen moeten we beginnen met vrijruimtes te creëren. Plaats en tijd waarin we niet belaagd en verleid worden door de eisen en prikkels van het gewone leven, door onze dagelijkse gewoontes. Plaats en tijd ook waar we vrij zijn van de goede raad van onze lieve vrienden en familie - want dit is bekend: goede vrienden zijn vaak maar goede vrienden omdat ze ons niet in vraag stellen. Ze zijn dan slechte raadgevers als het om onze grootsheid, onze genialiteit gaat.
We hebben deze vrij-ruimtes, deze vrij-tijd nodig om de ander écht te ontmoeten, in haar anders-zijn. Zo nodigt de danseres ons uit in het theater omdat ze op de scène hoger kan vliegen. Zo sluiten wij (hopelijk) telefoon en huis af, om één avondje rustig met onze geliefde lief te kunnen zijn: een massage, een sm-spel, een knuffel of een gesprek...
We hebben deze vrij-ruimtes, deze vrij-tijd echter ook nodig voor onszelf. Om onszelf in de toestand van openheid te brengen waarin we de/het andere écht, hier en nu en met volledige overgave kunnen ontmoeten. Want de zuigkracht van het gewone leven is zo groot dat wij er klein van worden. Als we ons bewust en met de nodige tijd opmaken en voorbereiden op de ander dan leggen we misschien onze dagelijkse vooroordelen af. Dan blijven we misschien niet opgesloten in onszelf, in onze gewoontes, in onze vluchtmechanismen.

Want ligt het karakter van het ánders zijn misschien hierin: dat de/het ándere hier en nu volledig aanwezig is, bij zichzelf, bij de wereld, bij ons? Dat de ander zich zonder voorbehoud overgeeft aan de aanwezigheid van het ogenblik? Het lijkt er in elk geval de noodzakelijke voorwaarde voor. Komt wat de ander te bieden heeft dan niet vanzelf, zoals hij/zij is? Een lijfelijke ervaring van een andere cultuur, een briljant idee, of gewoon een klein cadeautje - wat maakt het uit? Dan ligt de essentie van het anders-zijn niet in de zogenaamde inhoud, maar in de volheid waarmee ze is.

Rituelen

Willen we die vrijruimtes bewaren en ontwikkelen, dan moeten we ook rituelen ontwikkelen waarmee we duidelijk maken ‘hier stoppen we de gewone gang van zaken, hier begint iets nieuws’: een poging om onze gewoonheid achter ons te laten, de overgave aan het gebeuren, aan de/het andere. Zo is een ritueel niet alleen een signaal naar die ander, maar bovenal de plaats waar we voor onszelf de knop kunnen omdraaien. Het is een drempel die we bewust overschrijden. Zo is een ritueel ook een signaal naar onze omgeving en de samenleving in haar gewone doen: ‘hier hou je even op’.
Dit vraagt bescheidenheid, maar ook veel moed, beslistheid, durf.

Een meester zoeken

ik voer jou over al jouw grenzen
ver weg en verder van mezelf
en meer nog als je open staat
voor mij en voor de wereld
dus

jouw overgave deelt je weg van jou
en wie je nooit had kunnen worden
je vindt jezelf en dus je lijf
het dansen van je geest
in pijnlijk lange strijd

ik voer jou over alle grenzen
die we samen kunnen gaan
en verder nog een grensje meer
waar jij dan vrij zult vliegen

als een waterkwettervogel

Minstens evenveel grootsheid en nederigheid vraagt het om begeleiding te zoeken, om zich over te geven aan een coach, teacher, mentor, goeroe, wijze of andere meester. Om een zaag, een pain-in-the-ass, een ambetanterik, dansleraar, regisseur of dominant te zoeken die ons er telkens weer op wijst dat er een alternatief is voor de zwaartekracht van het gewone leven en dat we wel degelijk ons gewone zelf kunnen overstijgen. Om iemand te zoeken die ons de weg van kunst en liefde aanduidt, van openheid en overgave, van doorzettingsvermogen en heldere geest...

Als we het groots zien of genoeg geleden hebben, zoeken we een meester die ons ver kan voeren op onze weg en niet één die past bij onze kleine, alledaagse ‘ik’. In deze grootse nederigheid ligt onze kans op slagen, want een grote meester verhindert dat onze inspanningen halfslachtig zijn, dat we te klein denken, voelen, handelen...
De meester kan natuurlijk ook een ‘zij’ zijn, en zijn/haar wijsheid ervan is vaak niet evenredig aan zijn/haar intellect - maar dat wisten we natuurlijk al.

Een meester meester laten zijn

De meester kan alleen maar meester zijn, ons in overgave een weg van overgave tonen, in de grootsheid van diegene die hij begeleidt. Hij kan ons maar tot openheid brengen als we ons openstellen voor hem, en via hem voor heel de wereld. Zonder onze overgave blijft hij klein. Want hij is weg en doel tegelijk - voor zover zijn weg reikt.
Hij kan alleen maar de ander zijn, als wij hem ánders laten zijn, niet proberen hem te bekeren tot wat wij zelf al zijn.
Hij kan alleen maar ‘zichzelf’ zijn, d.w.z. groeien in ons, als onze overgave hem dwingt ons ‘in rekening te brengen’. Telkens weer opnieuw. Hij kan ons alleen maar tot overgave brengen, als onze overgave hem in vraag stelt, bij elke stap opnieuw. Zonder die overgave veroordelen wij hem tot zich/onszelf, tot kleinheid dus. En verliest hij zijn meester-schap.

De vraag is niet wie wat kan krijgen, maar wie wat mag en dus kan geven. En het antwoord is: de meester kan maar geven wat wij aanvaarden. Hij probeert ons over onze grenzen te voeren, ons te helpen bij het definiëren van vrijruimtes en rituelen, ons te wijzen op de zwaartekracht van het gewone leven, ons een alternatief te laten doorleven en te weerstaan aan de halfslachtigheid van onze pogingen tot grootsheid. Kortom: hij probeert écht met ons te praten en te tonen wat er écht toe doet - volledig en oprecht en ook al doet het pijn.
Hij kan deze moeilijke waarheden alleen maar aanwijzen en ons dwingend helpen als hij absoluut zeker weet dat wij dit ook als een daad van liefde zullen aanvaarden. Hij kan ons maar over onze grenzen helpen als wij absoluut verzekeren: “ik vraag je mij te dwingen, en ik zal nooit wegvluchten, want ik geloof dat jij mijn innigste grootsheid helpt te realiseren, dat je mij leert te vliegen.”
Uiteindelijk vraagt de meester: “geef je ‘ik’ op en vind daarin en daardoor de overgave aan de/het andere. Vergeet je ‘zelf’. Zoek het goddelijke, het geniale - voor de wereld en dus voor jou.”
Voor minder doet hij het niet.

Liefdesgedicht

ik wil jou
erotisch dwingen
tot de liefde
voor de mensen
met open ogen vrijen
de dood uitlachen
als ze martelt
wil ik jou erotisch
laten leven

kom in mijn handen voelen
dat de wereld wacht
op steun
een kleine glimlach in jouw oor

ik ga door
ik lik je tranen
zolang de wereld huilt
in jou

Weerstand tegen overgave en dus tegen de meester

Vaak verliest de zoektocht naar de erotische cultuur van de overgave hier haar vrijblijvend erotisch karakter: we menen het wel goed, we proberen heel erg hard, maar we durven gewoonweg die laatste (eerste) stap niet te zetten. Ons vertrouwen en onze overgave is niet groot genoeg: wij weigeren, vaak onbewust, ons ego, ons ‘ik’ op te geven. We klampen ons vast aan onze angst voor het grote en aan onze grenzen, aan de zwaartekracht van het gewone leven.

We projecteren onze weerstand dan meestal massaal op onze begeleider. We laten de ervaringen die hij ons aanreikt niet tot ons doordringen, of we herinterpreteren ze zodat ze passen in ons klein (want op ons ‘ik’ gecentreerd) referentiekader. We neutraliseren hem en het werkproces, zodat we terug kunnen gaan naar ons kleine maar zo vertrouwde leven. Het is de taak van de meester om door deze verdedigingsmechanismen heen te breken...

Vaak echter breken we de relatie met de meester af, om onze kleinheid te beschermen. Als we echter het kader zelf opblazen, als we duidelijk maken dat we weg kunnen, als we op moeilijke momenten ook weg gáán, dan sluiten wij de weg naar grootsheid af. We drukken daarbij niet alleen onze eigen (maatschappelijke, sociale, psychologische en of/seksuele) angst en onmacht uit, maar we maken de weg naar overgave in de toekomst alleen maar moeilijker. Voor onszelf en voor de mensen die hetzelfde erotisch project van de overgave vervolgen.
Opgeven is dan ook een slag in het gezicht van alle mensen - inclusief onszelf.

Alleen als deze ene zekerheid onwankelbaar is: ‘alles is liefde’ kan de meester, en dus het werkproces, schaamteloos eerlijk en liefdevol hard verlopen, volhardend alle open deuren dichtgooien en alle gesloten deuren openmaken, en ons verhinderen te vluchten in de zwaartekracht.
Want is zonder overgave niet elke dwang geweld, niet elke erotiek verkrachting, niet elke kwetsbaarheid een masochisme? Want wat je niet geeft kan je niet krijgen, en wie voor het einde vertrekt, haakt zichzelf af.

 

CONCLUSIE: DOE DE OVERGAVE EN VOEL DE EROTIEK

Ik geloof in de erotiek van de overgave, want niets is mooier dan de ander. De verliefdheid laat er ons even van proeven; we zoeken het in de kunst; met het beoefenen van sm of andere bewuste liefdes-praktijken gaan we al een stapje op weg...
Uiteindelijk is niets mooiers dan ontsnappen aan de zwaarte, het bevliegen van de hemel, het bereiken van de ander - het beleven van onze stoutste dromen dus.

Laten we het doen. Laten we bekennen dat we in onze kleine dagelijkse keuzes grote fouten maken. Laten we tegen onze geliefde vrienden zeggen: “ik word liever tot grootsheid uitgedaagd dan dat je mijn kleinheid bevestigt”. Laten we zélf kiezen, zodat er niet voor ons gekozen wordt. Laten we ons openstellen en kwetsbaar zijn. Laten we de controle uit handen geven. Laten we de ander vertrouwen - ook al zijn we al zo vaak gekwetst...
Laten we de grote bescheidenheid, de durf, de inzet en de zelfovergave hiervoor opbrengen. Want de uiteindelijke beloning is niets minder dan het vliegen en de hemel zelf!
En wie wil voor minder leven?

Voor jou

alleen de uitzondering kan
voor jou
de regel heten

niet meer
niet minder

want
de wereld wacht
met vele vrouwen
op jou

niets meer
niets minder

want

te gek om los te lopen:
jouw ideeën
te jong om ingekooid te blijven:
jouw leven
te jong om oud te zijn:
jouw dromen
te gek om op te geven:
jouw liefde

voor jou
een wereld

 

Philip Demeester

 
 
de pijn van het genot / the gain of pain
 
home | © 2009 Philip Demeester