Over de absurditeit van het ontmoeten, de arrogantie van de slaaf en de verstarring van de macht
 
 

Want ben jij niet jij en ook weer niet?
Is jouw waarheid niet dat jij alleen maar bent als jij verandert, als ik jou laat veranderen?
Is jouw schoonheid niet dat jij steeds een ander bent, en jouw ziel voor altijd vliegt?

Stel: je hebt 100 euro te spenderen aan een cursus. Wat doe je dan? Koop je anonimiteit, koop je gezelligheid, of betaal je iemand om je iets radicaal nieuws bij te brengen?
Stel: je hebt 100 euro subsidies uit te delen. Heb je de moed die te geven aan iemand die jou tegenspreekt, of steun je gelijkgezinden?
Stel dat ‘ontmoeting’ een behoefte is: zoek je dan gezelligheid, of ga je voor een ontmoeting waar je weken later nog ondersteboven van bent?
Deze en andere vragen zullen we hier niet beantwoorden...

 

1. De gezellige ontmoeting

Er is iets vreemds aan de hand in Denemarken (en in Vlaanderen trouwens ook).
Naarmate we dichter op elkaar gaan wonen, schermen we ons meer en meer van elkaar af. Naarmate we ons meer van elkaar afschermen, groeit de behoefte aan contact. Hoe dichter we bij elkaar wonen, hoe minder ‘gemeenschap’, en hoe groter de behoefte om die te organiseren.
Eerst bouwen we een zelfverdediging tegen de opdringerige ander, en als we volledig afgeschermd zijn, maken we uit pure eenzaamheid van ‘ontmoeting’ onze allesoverheersende doelstelling. Ons zorgvuldig opgebouwd imago, onze virtuele relaties (we zijn altijd elders met onze gsm, ons internet...) en ons overgevoelig ik zijn meer en meer een gevangenis. En de vraag is: hebben we de moed om er écht uit te ontsnappen?

De evidente oplossing is de vrijblijvende gemeenschap, de ontmoeting zonder het moeten. We proberen gemeenschap terug te herstellen door gezelligheid. We subsidiëren buurtfeesten, we maken van onze kunsttempel een ‘ontmoetingsruimte’, een ‘cultuurthuis’. Iedereen houdt zich op de vlakte, we dringen niet echt binnen in het leven van de ander, en zo verdwijnt ons gevoel van eenzaamheid. Door het moeten uit de ontmoeting te halen, reduceren we de behoefte om ons af te schermen van elkaar. Tenminste als we de moed hebben alles op mensenmaat te houden. En hoewel we dit meestal gezelligheids-therapie noemen, blijft het een lovenswaardige initiatief. Al was het maar omdat het alternatief de latente burgeroorlog is, het gevecht van iedereen tegen iedereen, het absolute egoïsme van het ego en het groot gelijk.

Toch kleven er een aantal bezwaren aan het organiseren van de gezellige ontmoeting.
Vooreerst: een dergelijke ontmoeting schept geen echte gemeenschap, maar breekt ze verder af. Door te ‘ont-moeten’, verstevigen we steeds weer het individu, het ego dat tegengesteld is/wordt aan de ander die hij dan moet ontmoeten. Het ‘moeten’ ontmoeten verhoogt bovendien de sociale druk, en dus de neiging om ons af te sluiten.
Door onszelf en de ander te reduceren tot zijn ongevaarlijke kantjes banaliseren we hem en onszelf. Niemand kan hier écht gelukkig mee zijn, want we willen allemaal méér zijn dan gewoontjes, we willen anders zijn dan de ander - al was het maar om ons te beschermen tegen de overdaad aan sociale interacties.
Gemeenschap bouwen vereist dat we de individualiteit en eigenheid van de ander (en van onszelf) au serieux nemen, zonder toe te laten dat die zich opblaast tot een pantser.
Anders uitgedrukt: het promoten van de gezellige ontmoeting is gebaseerd op een logische cirkelredenering. Het veronderstelt dat iedereen dezelfde normen en waarden heeft, dat de gemeenschap die geschapen moet worden er eigenlijk al is. In onze post-moderne en geglobaliseerde wereld is dit nauwelijks nog het geval.

De vrijblijvende ontmoeting schept dus geen gemeenschap, het vijlt hoogstens de scherpe kantjes van de zelfgekozen eenzaamheid en wiegt ons in slaap met de illusie dat het weinige wat we gemeen hebben volstaat om een gemeenschap te scheppen.

Als we écht gemeenschap willen vormen, dan moeten we actief rekening houden met de behoefte van de ander om ànders te zijn. Dit kan alleen door het moeten in de ontmoeting terug op te nemen - niet als een dwang, maar als een kans. Laten we dus een project ontwikkelen dat niet gebaseerd is op de kleinste gemeenschappelijkheid (de zogenaamde grootste gemene deler), maar dat minstens het doel heeft meer te zijn dan de som van de deelnemers. Zo kan iedereen er zich in terugvinden, en er in groeien. En in dat groeiproces kan échte gemeenschap ontstaan.
Anders uitgedrukt: laten we voor ons geld niet kopen wat we al weten/kunnen, maar laten we de tegen-spraak zoeken, dat wat we nog niet weten/kunnen. Dat wat ons verandert, wat ons omverwerpt...

naakt
de benen lichtjes open
de handen in de nek
staat
met ogen dicht
en alle tijd
de overgave


2. Leve het sado-masochisme (voor wie er zin in heeft...)

Als een echte ontmoeting die ontmoeting is die ons verandert, dan zijn er drie koninginnewegen om die te bestuderen: de verliefdheid, de ideologische kolonisatie en het sado-masochisme. Wij kiezen voor het sado-masochisme, omdat we bij de verliefdheid teveel ons hoofd verliezen, en genocide moeilijk een directe weg tot gemeenschapsvorming kan genoemd worden...

In het sado-masochisme krijgt één partner van de ander macht om die ander tot ervaringen te brengen die hij diep in zich wel wil, maar alleen niet durft of kan bereiken. Standaard voorbeeld is je laten vastbinden door je partner (‘mijn ik telt niet’, ‘ik ben bevrijd van mijn verantwoordelijkheid’). Ook een leraar of regisseur heeft macht gekregen om zijn klas of cast over hun grenzen te helpen (tenzij die natuurlijk zo masochistisch zijn hun geld/tijd te verdoen aan het leren van niets, aan het produceren van wat reeds gedaan is...).

In het sado-masochisme wordt gezocht naar zo groot mogelijke verschillen om dan de vermenigvuldiging te maken. Hoe groter het verschil, hoe intenser de interactie, en hoe verrijkender voor beide partijen. Gezelligheid is hierbij niet gewenst, integendeel. Wel dat iedereen het spel zo eerlijk mogelijk speelt, dat wil zeggen de machtspositie opneemt die hij krijgt in het spel, en daar de volledige verantwoordelijkheid voor draagt. In zulke bewuste machts-verhouding kan elkeen tot meesterschap groeien omdat niemand er samenvalt met zijn kleinheid, zijn verleden, de evidenties van de heersende ideologie of de willekeur van de macht.

Verkeerdelijk wordt soms aangenomen dat de dominante partner op het einde van het spel nog verantwoordelijk zou zijn voor de zachte landing, de gevoelvolle terugkeer in het gewone leven. Dat hij zou moeten troosten voor het feit dat hij heeft mogen pijnigen; dat hij lief zou moeten zijn als compensatie voor de confrontatie die hij aanging.

We nomen dit de arrogantie van de slaaf. Want je kan onmogelijk vragen dat de ander je tegelijk verandert en laat zoals je was. Je kan onmogelijk iemand over zijn grenzen helpen en ze tegelijk aanvaarden. Je kan onmogelijk de ander écht ontmoeten en gezellig blijven. Meer nog, het is niet wenselijk, het is zelfs verwerpelijk. Omdat je zo de ander keihard in de kou laat staan.

Niets verhindert natuurlijk dat de meester uit zijn rol stapt, en misschien ligt zijn menselijkheid juist daarin, dat hij op tijd bereid is uit zijn rol te stappen. Maar zijn meesterschap verliest hij op dat eigenste moment, en een machtgevende die dit eist, vernietigt op dat moment zijn (eigen) meesterschap.

Laat de kwijlende heren die denken dat ze vrouwen nu willekeurig kunnen mishandelen hier de arena verlaten. De dominante partij krijgt zijn macht enkel en alleen om de (verborgen) wensen en noden van de onderdanige partij te realiseren. Als hij zich daar niet aan houdt, noemen we dit machtsmisbruik, of ook nog: de arrogantie van de (pseudo) meester. De onderdanige zal vroeg of laat zijn macht terug opeisen.

tot zij de ogen
opent
(recht de wereld inkijkt
in mijn ogen)
zacht fluistert
neem mij
maak mij tot de uwe
geheel en al
totaal en
zonder reden
(maar met hart en ziel
en heel je lijf)
voor de mensen
en voor mij


3. De omverwerpende ontmoeting

Wat leert het sado-masochisme ons dan wel over het échte ontmoeten, en het vormen van een lévende gemeenschap.

Vooreerst dat echte gemeenschap pas kan ontstaan als we elkaars genialiteit erkennen en de wens hebben het (impliciete) meesterschap van de ander te ontwikkelen. Als we aanvaarden dat ons ego, ons verleden en onze kleine gevoelens niet gebruikt kunnen worden om de ander (en onszelf) te manipuleren en klein te houden.
De banale ontmoeting mag m.a.w. niet in de weg staan van de diepgaande, ons veranderende ontmoeting. De voorwaarde voor een échte ontmoeting is: aanvaarden dat de ander fundamenteel niet te herleiden is tot mijn eigen vooronderstellingen en ideologieën, en ook niet tot de zijne.

Vervolgens kan gemeenschap slechts ontstaan als we afstand doen van de gedachte dat een machtloze samen-leving mogelijk of zelfs maar wenselijk zou zijn. Dit betekent dat een gemeenschap pas kan groeien als er bewust met macht omgegaan wordt, dat macht afgestaan wordt op een tijdelijke basis, voor een bepaald project, en op basis van erkenning van het gezag van diegene die de macht krijgt. Dit is het tegenovergestelde van de gezelligheid, en het toedekken van verschillen ‘met de mantel der liefde’ waar we nu ten onder aan gaan.

Elke ontmoeting die niet berust op de diepgaande bereidheid van de macht-gevenden om zich over te geven aan diegene die ze macht geven, is bij voorbaat gedoemd tot frustratie en mislukking. Omdat de ander jou zonder jouw overgave toch niet kan veranderen.
Je kan dan net zo goed tijdens de les staan gsm-en...

Voor wie de macht krijgt, geldt hetzelfde: zonder de absolute bereidheid de (vaak impliciete) wensen van de machtgevende te realiseren, zal de macht alleen zichzelf herhalen in mateloze arrogantie. Zonder nederigheid zal de machtkrijgende zichzelf nooit overstijgen maar verweesd achterblijven en opgesloten in zichzelf. Zonder de fundamentele goedkeuring van de overgave van diegene die hem de macht gaf, blijft alleen de eeuwige verveling van het altijd-hetzelfde, en de dodende eenzaamheid van de onveranderbaarheid.
Machtkrijgenden die hun eigen agenda willen realiseren, zijn bij voorbaat verloren en veroordeeld weg te kwijnen in het eindeloos herhalen van hun eigen banaliteit. Je kan dan net zo goed de subsidies aan jezelf toekennen...

Tenslotte moeten we beseffen dat elke échte ontmoeting ons verandert, dat we nadien niet meer dezelfde zijn als voordien. Dat dit een eenzaam gebeuren is en dat ‘leegte’ er een onvermijdelijk aspect van is. Maar tegelijk dat dit zelf-verlies een uiterst blijk van levensvreugde is: nooit samen te vallen met onszelf, nooit te identificeren met ons verleden. Het besef dat verandering ons wezen is. Dat we nooit te vatten zijn, en dus altijd boeiend voor de ander.

voer mij over al mijn grenzen
ban de tralies uit mijn hart
neem mij
op jouw tocht en naar de hemel
naar de zee en naar het land
dat ik van de wereld word
(door jou)
en heel de wereld leeft
in mij

dat mijn vliegen trots zal zijn
en mijn zwemmen een dolfijn

 

4.Conclusie

Niets is mooier is dan de onmogelijkheid van het ontmoeten. Want in het moeten van het ontmoeten ligt het verleden voor ons en de toekomst achter ons. Dan worden we steeds een ander, en glijden als ochtenddauw door open handen. In het niets en de verandering ligt onze kans op meesterschap.

(naakt
de benen lichtjes trillend
het hele lijf beschikbaar
staat
met open mond
en vol verwachting
de overgave)

 

Philip Demeester

 
 
de pijn van het genot / the gain of pain
 
home | © 2009 Philip Demeester