DEMONIA / katia
een (ver)beeldverhaal
 
 

"elke regieaanwijzing is een tekst en elke tekst is een regie"

sequentie 1:
VOORSPEL / HET BLOED DANST WAAR HET NIET KAN STAAN

De vertelster is een vrouw - in de volwassen betekenis van het woord. Zonder naam maar rijp, vol maar energierijk, en wat punk gekleed. Haar kostuum bevat zowel elementen van het kostuum van DEMONIA als van het kostuum van katia. Ze leeft in haar lijf en straalt een dosis zelfbewustzijn uit die erotisch werkt.

Het publiek komt binnen. De vertelster danst haar pulsioneel leven: Ze springt soms recht, maakt enkele korte, krachtige en pulserende dansbewegingen, hypernerveus, gaat plomp op een andere plaats zitten, kijkt star voor zich uit. Ze ontspant zich langzaam tot ze weer opspringt en andere, maar gelijksoortige, dansstuiptrekkingen maakt, naar een andere plaats loopt en zich plomp laat neervallen. Ze negeert het publiek daarbij geenszins. Ze kan er zelfs kort mee praten. Nerveus. Maar zonder de minste hysterie. Plots springt ze op de scène, aan de rand van het podium, kijkt intens de zaal in, en begint te praten nog voor het stil geworden is:

De scène is zwart.
Toneelrechts een roos. Een lange, hoge en stekelige roos. Bloedrood.
Toneellinks een troon. Vierkant, massief.
Een nachtzwarte achterwand. Twee foto's. Smal maar décorhoog. Wit.

Vertelster: korte danssequentie (begin).

De actrices zijn: de domina, DEMONIA genaamd en een vrouw zonder naam. Ik noem haar voor de eenvoud katia.

DEMONIA. Als ze streng overkomt wil dat niet zeggen dat ze gevoelloos is. Integendeel. Maar ze weet dat strengheid het enig middel is om de vrouw zonder naam dààr te krijgen waar ze eigenlijk wil zijn.
Ze weet ook dat haar gevoelens de gevoelens van de ander zijn, en haar gedachten de gedachten van de ander. Dus zwijgt ze over zichzelf.

Vertelster: één korte dansbeweging.

Demonia. Raadselachtig. Sterk. Streng maar liefdevol, soms wreed soms teder. Autonoom ensceneert ze het spel, regisseert ze de gevoelens van de vrouw zonder naam. Het wezen van haar genot ligt in haar macht.

Ze is volledig in het zwart. Zelfs haar lippen zijn zwart geschminkt. Zwart - de kleur van macht, van uniform. De kleur ook van het niets.
Zacht leer. Vanwege het gevoel. En de reuk. En omdat leer macht uitstraalt.

Vertelster: heel korte danssequentie (vervolg).

De vrouw zonder naam is wat ze is: zonder naam. Zoals ik. Zoals jullie. DEMONIA. Toch is ze méér dan wat ze is. Want ze heeft een droom, en een verlangen. Ze is bereid voor dit verlangen alles op te geven. Alles. Of toch: bijna alles.
Vaak weet ze zelf niet precies wat ze wil. Of waar ze heen wil. Ze vertrouwt erop dat DEMONIA het weet. Of het bij haar ontdekt. En dat ze haar daarheen brengt. Of beter: daarheen dwingt. Daarom is ze zo kwetsbaar. En ook zo sterk.
Ze is in het wit. Een kleur die niets verbergt.
Een kort, aanspannend kleedje, dat haar schouders vrijlaat, en vooraan knopen heeft. Zo heeft DEMONIA vrije toegang tot haar lijf.
Het reikt nauwelijks tot onder haar geslacht. De kleine tatoeage op de binnenkant van haar dij kan elk ogenblik zichtbaar worden. Zeker met die witte hoge hakken. Die geven haar zo'n wankel gevoel. Maar soms moet ze op blote voeten lopen, en dan voelt ze zich nog naakter.
Rond haar hals een dunne gouden ketting - het teken van haar slavernij. Aan haar lippen hangen twee minuscule klokjes. Zo kan DEMONIA elke beweging van haar volgen

Vertelster: korte danssequentie (slot).

Ieder gebaar heeft een grootsheid zonder weerga.

Sx: op de achtergrond, nauwelijks merkbaar, een korte collage van alle gebruikte muziek. Ze volgt de tekst.

Als muziek gebruik ik:
één: [zelf in te vullen: ‘titel muziekstuk’ van ‘componist / uitvoerder’, ‘datum’, ‘uitgever + nr.’]
twee: idem]
drie: [ibidem]
vier: [ibidem]
vijf: Het geluid van mijn WC
zes: [ibidem]
zeven: [ibidem]
acht: nogmaals [ibidem]
negen: [ibidem]

Sx: einde muziek.

Het is DEMONIA die regie voert.
Zij is God in haar wereld, en alles volgt haar wenken.

Als het publiek binnenkomt - wij dus -
Want soms helpt een publiek om je grenzen te doorbreken. Tenminste: zo denkt DEMONIA - en straks weet katia of ze gelijk had. En wij met haar.

Katia zit op de troon. Wit. De polsen op haar dijen, de handpalmen omhoog. De benen vormen een perfect rechte hoek. Sterke rug en opgeheven hoofd. De blik neergeslagen. Waardig.
Ze schittert op de troon.
Ze beweegt niet. Ze wacht.

Stilte.

Vertelster: korte danssequentie (in de stilte).

 

Sequentie 2:
WACHTEN OP HET NIETS

Het zaallicht dooft langzaam. Alle kleur vervaagt. Tot alles zwart ziet. Een totale black-out.

Katia beweegt nog altijd niet. Ze wacht.
Alles ziet zwart.
Zelfs de noodverlichting gloeit zwarter dan een poesje.

Stilte. Over de scène loopt een poesje.

DEMONIA: off-stage / achteraan in zaal, sec: Wachten!

DEMONIA, achterin de zaal - of misschien ook wel off-stage - : Wachten.

Een dunne lichtkegel gloeit langzaam op. De roos wordt zichtbaar.

DEMONIA stapt uiterst beheerst en tergend langzaam naar de roos. Iedereen kijk naar haar. Niemand ziet hoé ze beweegt.
Ze staat achter de roos. Sterk. Benen breed. Net niet in de lichtkegel. Ze kijkt recht voor zich uit. Naar ons dus. Ze kijkt iedereen aan, één voor één. Aftastend, maar niet zonder liefde. Streng, maar niet onvriendelijk. Ze neemt de sfeer in zich op - tot in het diepste van haar huid.

Katia:
Katia: zonder veel stem of intonatie, maar vlot en aaneengesloten:
wachten wachten wachten
wachten
wachten eindeloos wachten
wachten tot de tijd vergaat
wachten
nog langer wachten
wachten tot de tijd ophoudt
wachten eindeloos wachten
wachten tot de einder oplost
wachten en nog langer wachten
wachten tot het wachten afloopt
wachten tot alleen nog blijft
ik en hier en nu
wachten
tot het verwachten
stopt

DEMONIA: Ksss!
DEMONIA kijkt nog altijd recht voor zich uit. Ksss!

Langzaam dooft het licht op de roos. gedicht lippen Katia lipt het wachten.
Ze is bang.
Voor de leegte. Voor de stilte. Voor zichzelf.
Ze mag niet bewegen, en dat wéét ze, maar het bewegen van haar lippen is sterker dan haarzelf.

Lx: uitfaden licht op roos.

Langzaam dooft het licht op de roos. Het wordt donker. Pik-donker. Gedicht lippen.

Zelfs de noodverlichting gloeit zwarter dan een poesje.

Stilte. In de stilte zit zwart een poesje.

 

Sequentie 3:
BERICHT OVER DE WERELD

Sx: [zelf in te vullen: ‘titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’], max.

[zelf in te vullen: ‘titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’].

Vertelster, demonstrerend:
Plots lateraal strijklicht van toneellinks op de troon. Katia beweegt nog altijd niet. Ze wacht.

DEMONIA keert zich langzaam naar de troon. Ze gaat aan de tuinkant ervan staan.

Korte, snelle danssequentie op basis van 2 gebaren: kort met 2 vingers tegen dij kloppen + 1/2e handdraai tot palm naar boven; wijzen naar een precieze plaats op de grond voor de troon. Eindigen met elk gebaar 1 keer, uiterst beheerst, uiterst sterk en traag - is dit nog dans, of DEMONIA in haar goddelijke kracht?

Katia staat recht. Glashelder. Ze is zich vlijmscherp bewust van haar lichaam. Elke spier trekt doorheen haar hele lijf. Zelfs de kleinste beweging is nu een ervaring.
Ze beweegt. Ze leeft.
Ze doet een stap vooruit, draait naar links, zakt door de knieën en buigt voorover tot ze op handen en knieën voor de troon zit. Precies op de plaats die DEMONIA aanduidde.

DEMONIA gaat zitten. Haar gelaarsde voeten wegen zwaar op de rug van katia. Katia is nu niet meer dan een ding. Een voetbankje.
Ze is niets anders dan haar lichaam.
Ze glimlacht. Onmerkbaar. Gelukkig.

Katia glimlacht

DEMONIA steekt met een uitgebreid ritueel een Havana aan

Dit kon Winston Churchill zijn, compleet met hoed en wereldgeschiedenis. Of een rechter uit het Nürenbergproces. Of gewoon haar vader.
DEMONIA vertelt. Vertelt ze voor katia? Of voor zichzelf?

DEMONIA rookt.

DEMONIA: De klank van mijn stem is voor katia genoeg om te weten dat er voor haar gezorgd wordt.

Katia glimlacht

DEMONIA vertelt:

Hoe groter een leugen, hoe meer mensen die er in trappen. Daar heeft hij niet over gelogen, want zijn leugen werd geloofd.
Vandaag kan je de vruchten daarvan zien. Miljoenen soldaten stierven in de oorlog. Daarbij komt het nog veel hogere aantal slachtoffers, dat koudbloedig weggemoord werd in de kampen. Tien miljoen is het laagste officiële cijfer; twintig miljoen benadert de waarheid ongetwijfeld beter. En dat in enkele jaren tijd.
Hoe groter de misdaad, hoe minder men hem voor mogelijk houden. Deze neiging tot zelfbedrog kunnen wij vaststellen bij iedereen die zijn leugen geloofde. Zij proberen nu deze misdaden te negeren. Daardoor handelen ze alsof ze twijfelden aan het bestaan ervan. Zo maken zij zich medeplichtig aan deze misdaden... Zoals een oud Frans spreekwoord zegt: "Een boom valt slechts in die richting, waarin hij vooraf neigt"....

DEMONIA geniet intens van haar sigaar.

Ik citeerde vrij uit het voorwoord tot het Nürenbergproces, Concentratiekampen, document F321.
Want voor DEMONIA is geen enkel verhaal af, geen enkele geschiedenis de laatste, geen enkele ervaring de ultieme.

Sx: op achtergrond, heel zacht, [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’].

DEMONIA legt na deze sequentie de sigaar zorgvuldig dwars over een kleine knalrode asbak.

De sigaar blijft tot het eind van de sequentie roken. Pal in het licht. Het licht dooft langzaam, maar de noodverlichting blijft nog schijnen als een verlaten maan. De zwarte melk van de vroegte krinkelt in haar licht de hemel tegemoet.

DEMONIA buigt voorover en streelt katia in de nek
DEMONIA fluistert katia in de oren: Begrijp je het?

Katia schudt langzaam het hoofd.
Katia schudt langzaam met het hoofd van neen
Ze is triestig, maar ze weet niet waarom.

DEMONIA grijpt haar bij het haar. Ze trekt er aan. Langzaam maar hard.

Katia bijt op haar tanden. Ze zwijgt.

DEMONIA: Begrijp je het?

Katia schudt langzaam het hoofd.
Katia schudt langzaam met het hoofd van neen

DEMONIA dwingt katia bij de haren om haar aan te kijken.

DEMONIA knikt met het hoofd: En?

Katia schudt langzaam het hoofd. Neen.

DEMONIA kijkt haar staalhard in de ogen. Lang. Ondoorgrondelijk.

Stilte.
Lx: rook van de sigaar in het licht.

De sigaar rookt. Als zwarte melk in de vroegte.

Sx: valt plots uit.

Het noodlicht valt uit.

Stilte.
Lx: DBO.

 

Sequentie 4:
DANSEN IS VERDACHT

Sx: [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, ‘titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’].

[zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, ‘titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’]
En de ochtend schemert als een lamp.

Lx: een schemerlamp licht op.
Katia: plots dansen, energetisch, pulserend. Reminiscenties naar sequentie 1, maar meer uitgewerkte, langere sequenties ook, die herhalingen bevatten, en herhaald worden. Plots (gepointeerd) freezen, zonder schijnbare reden, midden in een gebaar. Kleine correctie aan gebaar, langzaam uitgevoerd. Dan terug dansen, twee tellen, en (gepointeerde) freeze. Plots afbreken en als vertelster naar publiek stappen.

DEMONIA laat katia dansen. Zonder reden. Omdat zij dat wil.

Katia: terug in houding, maar op een andere plaats, en direct doordansen, energetisch. Dan freeze, tekst:

Katia danst.
Via een baan rond 2 focaalpunten komt ze altijd terug bij zichzelf. Altijd dezelfde baan, maar altijd sneller. Sneller en sneller. Tot ze zichzelf inhaalt. En valt. Stilvalt. En zichzelf verliest.

DEMONIA is het leven en de vrouw zonder naam de marionet.

Schijnbaar willekeurig laat DEMONIA katia stoppen. Ze inspecteert haar houding, verbetert ze. Of ze laat katia een àndere houding aannemen. Vernederend. Pijnlijk.

Katia: dansen, dan ritmisch: freeze, uit houding, en naar publiek stappen.

DEMONIA (eenvoudig): Macht is absoluut. Altijd. En à la limite oneindig. Dus anoniem en onzichtbaar.
Wat zichtbaar wordt, is de beweging. Of misschien, soms even: de touwtjes. Maar nooit de hand die de touwtjes vasthoudt. Of de macht achter deze hand. Of de macht achter deze macht.
Wat zichtbaar wordt is enkel de beweging.
De vrouw zonder naam denkt: "ik ben vrij". Want ze ziet de touwtjes niet, dus is ze vrij. Maar vooral: 'ze danst toch zoals ze geschapen is'. 'Ze danst toch zoals niemand anders kan dansen'. 'Ze is toch een unieke combinatie van haar eigen zwaartepunten'. 'Dus is ze vrij'.
Ze vraagt niet uit welk hout ze wel gesneden werd, en ook niet waar haar energie vandaan komt. Dus danst ze vrij en vrolijk rond deze twee krachten die haar bewegen.

Katia danst verder, de dans van de ellips.

DEMONIA: Ook mijn macht is absoluut. Maar met een gezicht.
Ik laat haar naar mijn pijpen dansen, en zo weet ze: ik ben niet vrij. In haar onvrijheid geef ik haar de macht over haar vrijheid terug. Het besef van haar onvrijheid. Ik bevrijd haar van de verlammende illusie van haar vrijheid.
Ik leer haar dansen op de tonen van haar eigen leven. Op het ritme van haar eigen adem. Op het leven dat ontsnapt aan elk bevel...

Plots dansen. Katia - of wie weet: DEMONIA. De ellips gaat door, maar de beweging is -en wordt meer en meer- een vrouwendans, zachter, vloeiender, minder pulserend, tot uiteindelijk ook de ellips ophoudt. Zacht en vloeiend. De dans eindigt met het beeld van de vrouw in sequentie 8.

Alles speelt zich af in het hoofd. In het hoofd van katia dus. En in ons eigen hoofd.

Korte, krachtige pulserende bewegingsreeks, zoals aan het begin van deze sequentie.

 

sequentie 5:
PATSY / KRUIPEN IS GENOT

DEMONIA (direct): Patsy!

Katia (direct, lonkend): Miaauw.

DEMONIA: Woef!

Katia (klagend): Woef.

Een zwarte strook in de achterwand verdwijnt.

Een zwarte strook in de achterwand verdwijnt. Een beeld wordt zichtbaar. Een foto anders dan onze fantasie.
De vrouw is rond en net niet dik. De dag is helder, klaarlichte zon. Ze kan zich niet verbergen. Ze is naakt.
Ze vlucht voor de blikken van de mannen. Voor hun spottende lach. Voor hun stokken.

Een poesje loopt door het beeld.

Katia: Woef.

DEMONIA zakt door de knieën. Rechte rug. Ze klopt op de grond voor zich.
Katia beweegt niet.

katia (klagend): Woef.

Katia voelt een vreemde kriebel. Ze wil helemaal niet gehoorzamen. Eigenlijk wil ze rondhuppelen, zingen, dansen. En toch wil ze niets liever dan gehoorzamen.
Dus doet ze helemaal niets.

Dus doet ze wat ze helemaal niet wil. Ze gehoorzaamt. En dan voelt ze zonder nadenken: "Dit is het. Dit is het wat ik wil. Doen wat verlangd wordt."

Katia kruipt naar DEMONIA en laat de kop zakken.

DEMONIA doet haar een halsband om, krabt haar even achter de oren. Katia kijkt haar weemoedig in de ogen. Ze kwijlt. Ze is gelukkig. Niets meer twijfelen. Alleen nog kwijlen.

DEMONIA laat katia alle kunstjes opvoeren die ze kent.
Op de achterpoten lopen.
Met de pootjes dank U kloppen.
Door de ringen springen.
Achterwaartse salto. Applaus en suikertje.
Met de buik over de grond kruipen. Dàt vindt ze leuk. Streelt haar tepels. Voelt zich terug een beetje poes. Zichzelf spelen. Dat lucht op...
Dan het paardjesspel. Ze gaat zelf voor het karretje staan. DEMONIA spant haar in, steekt het bit in haar mond. Met een korte tik van de zweep vertrekt het span. Mooi en rond. Perfect ovaal.

DEMONIA, verklarend: Haar moeder was een bescheiden teefje. Goed gemanierd, niet lelijk - gewoon een teefje. Haar eerste worp.
Een uppie zoals er dertien in een dozijn gaan. Twee dagen mocht ze zogen. Daarna heb ik de opvoeding in eigen handen genomen.
In het begin vragen ze veel aandacht. Neen, gemakkelijk is het niet. Vooral niet in het begin. Dan zijn ze nog wild, onberekenbaar. Kwetsbaar ook.
Het eerste kunstje is het moeilijkst. Daarna wordt het gemakkelijker. Ze leren sneller, beter ook. De beste exemplaren komen uiteindelijk zélf smeken op nog een kunstje te leren.
Natuurlijk moet je ze niets opleggen, wat ze niet aankunnen. Maar laat je niet bedriegen: je kan méér met ze doen dan ze zelf weten. Of willen. Als je het maar subtiel aanpakt, dan verlangen ze er zelfs naar. Uiteindelijk lukt het altijd, want je bent tòch de baas. En dat voelen ze.
Dat daar is wat rebels. Wou absoluut niet rechtuit lopen. Maar kijk, mooie ovalen loopt ze wel. En op bevel. Nog een paar details, en ze is perfect. Zonder het zelf te weten.

Katia loopt rond met de kar, als een perfect paardje. Gracieus. Bij elke pas trekt ze de knieën hoog op. De hoef komt met een vinnig tikje neer. Ingehouden kracht. Maar ontspannen.

DEMONIA: Mooi!

DEMONIA geeft katia een suikertje.

Sx: [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, ‘titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’].

Katia danst. Korte sequenties, afbreken, houding langzaam aanpassen, verderdansen.

DEMONIA: Ze mag nu rondhuppelen. Dansen, zoals zij dat noemt.
Soms moet je ze loslaten. Nu en dan stoom aflaten... Anders slaan ze tilt. Want uiteindelijk blijven het teefjes.
Nee, nu en dan eens loslaten, dan zijn ze blij dat ze weer mogen gehoorzamen. En kunstjes doen.

Katia danst: het hondse verdwijnt uit de dans, en wordt meer en meer een leeuwin. Gevaarlijk zelfbewust.

Sx: stopt.

Katia stopt midden in een beweging, maar blijft levendig. Geen "Freeze".

DEMONIA: Haar sappen stromen. Haar geslacht is nat. Haar lippen opgezwollen. Ze is geil. Ze leeft.
Ze is bevrijd. Van de rol die ze dacht te moeten spelen. Van het woord. Van de taal.
Geen taal belet haar nog te voelen. Ze leeft. Ze is vrij.

DEMONIA zakt door de knieën.

Katia (weemoedig): Woef.

Sx: afgebroken muziek hervat waar ze afgebroken werd, tot op het einde van het nummer.

Geen beweging - niets.

 

Sequentie 6:
DE PIS/PRAAT-SCÈNE: HET HUISELIJK GENOT

Direct: DEMONIA, gebiedend maar zacht: Praat!

Stilte.

De spanning stijgt. Het speeksel in de mond droogt op.

Het gezicht van katia verkrampt.

DEMONIA wacht geduldig. Ze weet dat het effect altijd even op zich laat wachten.

Het vocht droogt op.

Katia (één woordenworst zonder einde, zonder punten of interpretatie):
Slavisch slaafs met wodka gin maar slaafs zo Slavisch slaafs. Zingen lachen gieren brullen wodka gin maar slaafs zo Slavisch slaafs. Poepen neuken in de keuken en wodka gin wat zijn we leuk. Slavisch slaafs wat zijn we slaafs en o wat zijn we leuk. Een shot een shot wat ben ik high, fifty naught and I am caught. Fifty naught wat ben ik slaafs. Ik poep ik neuk ik snuif ik kak ik ben zo blij een vrije teef wat ben ik slaafs zo Slavisch slaafs. Ik lik z'n reet ik zuig z'n staaf, zo slaafs zo Slavisch slaafs. Hij spuit hij spuit ik slik en poets z'n laarzen tot ze blinken als zijn staaf wat ben ik vrij wat ben ik blij. En glanzend glanzend is het huis ik lik de vloer ik lik z'n reet het eten is al klaar en o mijn tepels staan al stijf. O wat is het leuk en zingen brullen gieren lachen wat een shot. De tv geeft boks hij neukt me staand dan mag ik komen ik doe alsof en steek de pruimen in de oven. O wat is het leuk en wodka gin. Ik poets ik plas ik maak het eten klaar en als hij wil dan kom ik klaar (ik doe alsof), ik neem een shot hij trapt me op de poten wat ben ik slaafs wat ben ik fifty naught de match is out de man ligt plat de bal is leeg ik ben een nul wat ben ik slaafs zo Slavisch slaafs met wodka gin zo Slavisch slaafs. Ik ben zo leuk ik ben zo vrij fifty naught and ik ben out.

Direct: Als pis.
Alsof ze te lang haar woorden opgehouden had. Ze houden even plots op als ze begonnen zijn. Woorden, gevoelens, feiten: even onvermijdelijk als de vertering. En even bevrijdend om ze uit te stoten. Ze leegt zich voor een nieuw geluk.

Katia (rààzend snel): zingen lachen gieren brullen poepen neuken in de keuken wat zijn we leuk ik snuif ik kak ik ben zo blij een vrije teef ik lik z'n reet ik zuig z'n staaf hij spuit hij spuit ik slik en poets z'n laarzen tot ze blinken wat ben ik vrij wat ben ik blij en glanzend is het huis ik lik de vloer ik lik z'n reet het eten is al klaar mijn tepels staan al stijf en steek de pruimen in de oven ik poets ik plas en als hij wil dan kom ik klaar (ik doe alsof) wat ben leuk wat ben ik ben vrij

Direct na de tekst: Sx: stromend water / doorspoelen
Katia: verzuchting in gebaar en gezicht.

Katia zucht van verlichting. Haar gezicht verliest het verbeten trekje en fleurt op.
Het geluk komt naderbij.

DEMONIA: Met de woorden verdwijnen ook de kleine dagelijkse vernederingen. Vuile onderbroeken, stinkende kousen, drummen in de metro, het gebrek aan privacy.

Korte danssequentie, op basis van pirouette.

DEMONIA: Geloof me, pissen in het openbaar kan zéér bevrijdend zijn.
Korte danssequentie.

 

Sequentie 7:
BONDAGE / KETENENDE LIEFDE

Sx: [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’ ,‘(korte beschrijving van de kwaliteit van de vertolking)’], breekt danssequentie af. Even luid, dan stil onder tekst verstelster, tot DEMONIA begint te spreken.
Lx: fade up kops licht op de troon.

DEMONIA bindt Katia onbeweeglijk vast. Haar gebaren zijn uiterst spaarzaam, en verraden een geoefende hand. Stevige knopen, maar veilig. In noodgeval kan ze katia met één ruk aan het losse eind bevrijden. Maar dat wil niemand, en zeker katia niet. Niets bevrijdt meer dan niets meer kunnen, dus niets meer moeten, dus voor niets meer in te staan. Absoluut alleen, tezamen met zichzelf.

Katia ligt nu in foetushouding op de troon. Goed aangespannen. Haar polsen en haar knieën tegen haar volle borsten gedrukt.
Een touw tussen haar benen door, één touw rechts en één touw links van haar lippen. Zo voelt ze elke beweging in haar geslacht.
Ze is geblinddoekt. Ze heeft een prop in de mond en in de oren. Alleen via haar huid heeft ze nog contact met de buitenwereld.
DEMONIA kan allerlei vernederende dingen met haar doen. Misschien doet ze het. Misschien ook niet. Dat maakt het dubbel spannend.
De onzekerheid maakt het gevoel van onmacht, en dus het genot, alleen maar groter.

DEMONIA gaat naast Katia zitten. Ze vormen samen één beeld.

Katia lijdt en geniet. Vastgebonden in zichzelf. Bevrijd van de wereld. Openstaand.
DEMONIA wacht.

Of wil je een duidelijker zicht? Dan bindt DEMONIA haar plat achterover op de opengeklapte troon. Haar benen zijn dan lichtjes gespreid en vastgebonden aan de zijkanten van de troon. Haar handen vastgebonden aan de achterkant ervan. Zo ligt ze open, zoals haar poesje, en klaar om mee te spelen. Ze is niet geblinddoekt, maar moet de ogen zelf dichthouden. Kijkt ze toch, dan krijgt ze een klap.

Katia lijdt en geniet.
DEMONIA speelt met haar. Ze zijn nu samen, écht samen, zoals steeds wanneer ze spelen.

(Ik laat jullie fantasie de vrije loop. De zaal is donker, en katia, de vrouw zonder naam kan ons niet zien. Ze wil ons ook helemaal niet zien. Ze weet dat wij er zijn. En kijken. Dat volstaat.)

Stilte, aanwezig gesteld door korte tikjes met de zweep, of het geluid van metaal op metaal: de handboeien.

DEMONIA: Katia is de openstaande vrouw. Het niets waarin de wereld zijn woorden spuit. Ze kan niet bewegen. Zo voelt ze door en door wat ze altijd al geweest is, maar nooit wilde weten. Het niets. De in wezen overbodige omgeving van het niets waarin het goddelijke beest zijn woord komt spuiten. Daarom wil ze niet, en moet ze vastgebonden worden. Zodat ze alleen nog voelt. Zichzelf. En haar overbodig gat.
Ze kan nu met alles gevuld worden. Alles en iedereen kan zich in haar legen. Ze kan zelfs gedwongen worden klaar te komen. Maar eigenlijk doet het er niet toe. Niets is zo penetrant als woorden. Niets zo openscheurend als een blik.

Een poesje miaauwt.

Katia weent. Ze huilt, half stikkend in haar vocht. Haar tranen vloeien zonder één snik.
DEMONIA geeft niet toe.
Uiteindelijk is katia drooggehuild.

DEMONIA streelt zacht haar lippen. De vrouw dus zonder naam voelt ieder haartje trillen. Ze wordt week. Geil. Ze snikt. Ze klappertandt.

DEMONIA: Ze is niets anders dan het steeds weer vochtig trillen van haar lippen. Eén en eindeloos anders. Een geslacht dat niet is. Dat nooit één zal zijn. Een geslacht dus zonder naam.

DEMONIA en katia zijn samen.
Als een echo van elkaar. Eerst onmerkbaar, later luider en intenser. Als DEMONIA klaar is geeft Katia nog steeds de echo.

katia, stil, voor zich uit:
toen je vannacht verborgen
triestig diep gelukkig
op en af de ladders hollend
met een glimlach breder
en dieper dan de zee
verborgen tussen manen
simpel naar me oogde
met een knipje van verlangen

toen sloegen zinnen neer als sneeuw

DEMONIA voor zich:
nu vliegen woorden als de meeuwen
zonder einde op de golven
op en aan doorheen de deuren
van mijn openstaande lijf
en willen niet meer wijken
voor de nacht vervliegt
in een knipoog van geluk

Stilte.

DEMONIA bevrijdt de vrouw zonder naam. Ze blijft nog even liggen. Opgerold als een foetus, met een openstaand geslacht.

Schaamteloos is ze de schaamte schaamteloos voorbij.

Sx: vervolg [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’].
Lx: langzaam Fade Out.
Danssequentie. Beheerst, niet pulserend, maar toch krachtvol.

 

Sequentie zonder lucht (8):
VLEESHAKEN / OPHANGEN / HET SCHRALE LICHAAM

Enkel licht op de roos.
Sx: (katia) westvlaams: Lik dan ze thus zeggn, den lucht is ut, en snachts stekkn de muggn. Zondr lif is 't gièn gevoel, en eude nie voelt, da ziede doit.
En èdde gièn maniern, dan ziede en zwin.

Sx: [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, ‘titel muziekstuk’].

DEMONIA beveelt katia op de troon te gaan staan. Katia heft de handen boven het hoofd. Ze wordt opgehangen. Aan een vleeshaak.

Katia spant alle spieren op. Verkrampt. Ze is bang.

DEMONIA wacht.

Het lichaam van katia wordt voortdurend zwaarder. Ze kan de spierspanning niet lang meer ophouden. Haar lichaam wordt zwaarder en zwaarder. Ze weet dat ze zich moet ontspannen. Maar ze kan niet. Ze is bang.

DEMONIA wacht.

Het lichaam van katia wordt zwaar en pijnlijk. Langzaam zakt het uit. Uiteindelijk raken haar tenen net de grond. Ze geven haar een heel klein beetje steun. Net niet genoeg, en dus teveel. Hoe meer steun ze zoekt, hoe meer pijn ze zichzelf doet. En toch kan ze het nog niet laten.

DEMONIA: Licht

Lx: licht op roos: fade out.
Katia voelt niets meer dan haar pijnlijk lijf.

Een strook in het achterdoek verdwijnt.
Lx: langzaam licht op de foto en op Katia (de troon wordt van onderen verlicht).

Langzaam komt er licht op de witte foto in de achterwand.
Ook de troon van Katia, of beter: de troon waarop katia mag staan, wordt verlicht. Van binnenuit.
DEMONIA bekijkt de foto zeer aandachtig. Katia neemt langzaam en onmerkbaar, lichaamsdeel na lichaamsdeel, de houding aan van de vrouw op de foto.

Een dunne vrouw. Uitgerokken. Bloot. De handen boven het hoofd. De borsten opgetrokken. De buik spant. Een gescheurde sjaal rond de heupen. De benen hangen. De voeten los van de grond. Lang. Leeg

DEMONIA: Het schrale lichaam

Breedbenig staat DEMONIA vlak bij Katia. Haar hoofd net in het licht waarin Katia hangt. Ze raakt haar niet aan en kijkt haar ook niet aan. Toch voelt ze in elk van haar vezels het lichaam van katia. Elke spiertrilling, elke hapering in de ademhaling van katia neemt ze waar.

DEMONIA (traag, uiterst beheerst):
Het lichaam is de toegang tot de geest, en zonder gevoel geen lijf. Maar zonder lijf ook geen gevoel....
Het gevoel is rijk, zoals het hele lijf. Evenveel nuances als het lichaam plaatsjes heeft. En meer.
Want je hoeft niet grof te zijn. Je hoeft niet voortdurend op dezelfde plaats te beuken. Of een rat te laten knagen in een lijf.
Neen. Vaak doet een kleine speldenprik het beter. Door een tepel bijvoorbeeld. Of een onverwachte tik tegen de klit, kort en krachtig. Of ook: een klein gewichtje - langdurig wegend aan een kleine lip. Of aan de clitoris. Of misschien ook wel een veertje. Of ook: het eindeloze stimuleren.
De variaties zijn oneindig. En hoe subtieler, hoe meer plezier. Dan kan je precies volgen hoe ze lijden. Ze observeren. Ieder signaaltje opmerken. En genieten.
Want uiteindelijk win je toch. Als je maar klein genoeg begint. Uiteindelijk klappertanden ze allemaal. Altijd. Uiteindelijk slaan alle hersens door. Een kleine aai, een tedere zoen is vaak genoeg. Dan breken ze. Dan ligt de wereld voor je open.
Dan kan je een godin van ze maken. Of ze voorgoed vernielen.

Katia danst, nauwelijks merkbaar, een vrouwelijke dans op het beeld van het lijk dat ze uitbeeldt. Danst ze, of beweegt het lijf in de wind? Dit is erotiek. Puur.

Katia (tijdens dans), stil, interpretatieloos - flarden tekst: geen naam pijn vleeshaken - verdwenen pijn knijpen lijf - trekken prikken klappen niets - slet haken uitgerukt - uit de geest gedrukt strepen - op de huid openstaand vlees - geen woorden leeg - lijf

DEMONIA: (uitleggend, neutraal): Ik vertaal
Geen naam meer voor de pijn. De vleeshaken in mijn geest zijn verdwenen met de pijn.
Het knijpen in mijn lijf, het trekken aan mijn haar, het prikken in mijn huid... De klappen, het niets zijn dan een slet, een seksobject... Eén voor één hebben ze de haken uit mijn geest gedrukt. Als de strepen op mijn huid. Niets ben ik dan een openstaande snee. Rauw vlees. Geen woorden meer. Geen gevoel. Leeg. Een lijf.
Ik ben alleen nog openliggend vlees. Troost me.

Katia, stil: Asjeblieft.

DEMONIA streelt katia. Uiterst zacht. Eerst haar armen. Dan haar rug. Haar kont, en over haar benen tot aan de toppen van haar tenen. Terug omhoog, de voorkant van haar benen. Haar buik. Haar borsten. Maar zacht, heel zacht. Nauwelijks merkbaar.
DEMONIA streelt het gezicht van katia. Ze mag even aan een vingertop van DEMONIA zuigen. DEMONIA drukt zich zacht tegen de naakte rug van katia.

Sx: [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, ‘titel muziekstuk’].
Lx: Begin Fade Out.

Katia, heel stil: Ach.

Sx & Lx: plots uit.

 

Laatste sequentie (9):
TEDERHEID & TROOST (HET GAT VAN DE WERELD)

De troon wordt van binnen uit verlicht

DEMONIA inspecteert het lichaam van Katia. Koel en beheerst, aftastend en proberend. Ze laat geen stukje over. Zowel haar oogleden worden afgetast, als haar hals en haar lippen. Als die vochtig zijn, mag katia de vingers van DEMONIA aflikken.

DEMONIA laat Katia nu voorovergebogen staan, met haar kont naar het publiek. Ze steunt met haar handen op de troon. Ze mag niet bewegen. DEMONIA streelt de blote billen van katia. Ze staan mooi opgespannen. Even streelt ze ook de neerhangende borsten. DEMONIA knijpt in een tepel - bijna terloops. Maar hard.

En dan nog eens.

Katia kreunt zachtjes.
DEMONIA zwiept met het zweepje. Ze laat het suizen door de lucht, maar slaat nergens op.

Katia schrikt. De tranen lopen plots over haar gezicht.

DEMONIA geeft de vrouw zonder naam één enkele slag met de zweep. Kort en droog. Onverwacht. Het gezicht van de vrouw vertrekt van pijn.

Een rode streep verschijnt over haar gespannen billen.

Katia, stil: Dank U.

DEMONIA slaat opnieuw

Katia, stil: Dank U

Dit gaat zo door. Beheerst. Koel. Zonder sentiment. Ook als het ritme van de slagen verandert, verandert het gevoel, of het gebrek eraan, niet!

DEMONIA slaat geen enkel plekje over.

DEMONIA geeft één keiharde klap met de zweep op de troon.

Katia: Dank U.
DEMONIA laat Katia nog even staan. Tot haar huid helemaal gloeit.

Katia gaat zo laag mogelijk zitten, dicht bij de grond. Ze zoent de voeten van DEMONIA. Ze zoent en likt de laarzen dan DEMONIA.
DEMONIA neemt haar bij de kin, en buigt haar hoofd achterover. Katia kijkt op naar haar.

Katia: Dank U.

Katia laat haar blik terug zakken, ze durft DEMONIA niet langer aankijken.

DEMONIA gaat zitten. Rustig, niet gehaast. Ze heeft alle tijd, de tijd behoort haar toe. Ze kijkt Katia aan. Lang. Intens. Ze maakt een zoengebaar met de lippen.

Klein zoengeluid, zonder zoeninterpretatie

Katia kijkt op.

Ze kijkt naar DEMONIA.

DEMONIA maakt een onzichtbaar gebaar. Katia staat recht.

DEMONIA staat recht. Recht voor katia, de vrouw die nog steeds naamloos is.

DEMONIA kijkt katia in de ogen. Ze kijkt katia aan. Langdurig.

Een blik zonder interpretatie, een blik vol aandacht. Staalhard. Helder als kristal. Gelouterd. Vertrouwd met macht en pijn. Bevrijd van het gevoel.
En bloedrood troostend naar de toekomst.

Ze staan recht tegenover elkaar. Geen van beiden beweegt.
DEMONIA fluistert - alleen haar lippen spreken.

Stilte.

Kom.

Stilte.

Katia sluit de ogen en komt klaar.

Stilte.

DEMONIA gaat zitten op de troon. Ze klopt zachtjes met de hand op haar knie. Katia zakt terug op de grond. Ze kruipt tot voor DEMONIA. Ze staat recht. Haar blik blijft laag.

DEMONIA: Kom.

Katia doet een stapje vooruit. Ze gaat op de schoot van DEMONIA zitten. Ze legt haar hoofd tegen de borsten van DEMONIA.
DEMONIA troost haar. Een piëta.

Het licht dooft langzaam tot 50 graden
Het licht dooft langzaam tot 50 graden (in de ochtendschemering).

DEMONIA (tot katia): Katia.
Katia: Mmm.

Het licht dooft langzaam uit tot in de nacht

Lx: fade out tot BO.

Katia: Katia. Mmm.
Sx: [zelf in te vullen: ‘titel muziekstuk’, ‘lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’], max.
Een poesje loopt verloren over het toneel.

 

Slotsequentie (10):
GROETJES UIT NIEMANDSLAND

Lx: plots alle licht vol.
Sx: (stil) [zelf in te vullen: ‘componist / uitvoerder’, ‘titel muziekstuk’, lengte (of begin- en eindpunt), in minuten en seconden’].

Plots vol licht. Wit. De hele scène baadt in het licht.

DEMONIA en Katia staan nu recht, naast elkaar. Ze bewegen niet maar vormen géén standbeeld! Ze kijken recht in de zaal, glashelder uit de ogen.

DEMONIA en Katia, stil, voor twee: Groetjes uit niemandsland!

Lx: DBO.

Groetlicht!

Lx: plots alle licht vol.
Vertelster springt uit het beeld en groet, als de actrice die ze is.

Lx: DBO.
Sx: fade up.
Lx: zaallicht langzaam op.

 

Philip Demeester

 
 
de pijn van het genot / the gain of pain
 
home | © 2009 Philip Demeester