Essay: over vrijheid en het ding
 
 

Een essay over de tegenstrijdige drang naar vrijheid enerzijds en verantwoordingsloosheid anderzijds.
Over het verlangen uniek te zijn versus het genot om niets te zijn. Over dominantie en onderdanigheid, over de vrijheid en het ding.

 

1. over de mens

Wat de mens zo lévend maakt is de dynamiek van zijn/haar verlangen. In die immense afstand tussen de absolute vrijheid waar hij/zij naar streeft enerzijds en het samenvallen met zichzelf als een ding anderzijds pendelt hij/zij voortdurend heen en weer. In alle mogelijke variaties is hij/zij alleen met zichzelf en blijft toch verweven met zijn medemensen. Tussen het ding en de vrijheid trilt de melodie en de harmonieën van zijn/haar leven.

Van alle boeiende tegenstellingen is deze tussen materie en geest, tussen ding-zijn en vrijheid-leven ongetwijfeld een van de meest mateloze en dus meest fascinerende. Van stof zijn we en tot stof zullen we terugkeren - dat weten we allemaal - maar tegelijk proberen we de absolute geest te bereiken, de eindeloze vrijheid - ons materieel bestaan te overstijgen. Door de intensiteit van onze emoties, de schoonheid van onze kunst, de kracht van onze macht...
Of door materiële sporen na te laten voor het nageslacht - woorden, beelden, verhalen, foto’s ook. En natuurlijk: kinderen - maar dàt is een ander verhaal.

Het ding is de materie, de steen waartegen we ons stoten, maar ook ons lijf voor zover we er geen vat op hebben. Het ding is de natuurramp, de sociale of politieke overmacht, de dwang waartegen we niets kunnen. Het is ook het ik dat zichzelf en de anderen voorhoudt enkel te zijn wat het al altijd geweest is: onveranderbaar en voor eeuwig hetzelfde, samenvallend met zichzelf en zijn verleden. Het is datgene was zonder meer is wat het is, de zogenaamde of zo ervaren naakte ‘feiten’.
Het ding is dus god (ik ben die ben) en de mens die zijn evenbeeld is.
De vrijheid is onze geest, onze fantasie, onze emotie, de manier waarop we reageren op de steen, op de sociale en politieke omstandigheden, op de natuurramp, op de taboes en op de ideologieën die ons als vast en onveranderbaar voorgesteld worden, en op de medemens die ons vastpint op wat ze denken dat we altijd al waren. Het is het opnemen van ons éigen leven, de éigen verantwoordelijkheid met alles erop en eraan. Het is de mens die lééft.

Hoe mateloos ver deze uitersten ook uit elkaar liggen, ze kunnen niet zonder elkaar. Zonder lichaam geen vrijheid, maar zonder vrijheid, geest, emotie is het lichaam niet menselijk. Ons hele leven trilt dus in die spanningsboog, in het constante heen en weer tussen die uitersten, als het trillen van een snaar in de lucht. Sommige snaren worden licht geplukt, andere zijn overspannen, nog andere zwalpen zonder duidelijke richting of herkenbare klank. Eindeloze mogelijkheden, steeds weer andere harmonieën en dis-harmonieën, de fascinerende eigen-klank van elk afzonderlijk leven.

De meeste levens bewegen zich ergens veilig in het midden, ze klinken aangenaam-vertrouwd, gewoon... Het is het leven van de minste (in)spanning, van de minste frustratie. Maar de uitersten blijven (ons) aantrekken - al was het maar omdat ziekte en dood steeds om de hoek loeren, en dus ook de vraag: wat heb ik met/in mijn leven gedààn dat meer is dan het gewone er-zijn?
De vrijheid die onze geest ons biedt, de eindeloosheid van ons denken, ons voelen, van onze macht ook - wie kan er ontsnappen aan de aantrekkingskracht van deze hemel vol mogelijkheden? Maar vrijheid betekent ook : verantwoordelijkheid opnemen, keuzes maken, het zélf moeten doen, actief zijn, en uiteindelijk: helemaal alleen zijn. Voorwaar een hele taak, een enorme opgave, en je wordt er soms zo moe van.
Anderzijds: een ding zijn betekent: herkenbaar blijven voor je omgeving en jezelf, passief kunnen genieten zolang de situatie blijft wat ze is, surfen op het kabbelend leven... En dat is zo aangenaam, zo gemakkelijk, zowel voor jezelf als voor de mensen waarmee je leeft. Maar ding-zijn betekent ook: onderworpen zijn aan de kanker en de dood, aan het slecht humeur van je baas of je levenspartner. Het betekent ook je léven voorbij laten gaan zonder te léven, dood zijn voor je gestorven bent, geen sporen nalaten als je sterft. Je bent als het ware op vakantie - van jezelf, van de druk van de maatschappelijke verplichtingen...

Tussen de mateloze maar o zo moeilijke vrijheid enerzijds en de eindeloze maar o zo doodse rust van het niets-zijn zoeken we elk ons evenwicht, en proberen zo ons leven een harmonie te geven die voor ons leefbaar is. Velen doen dit door een middel-matig leven na te streven, in éénklank met het overgrote merendeel van de anderen. Geen extremen, maar maat en evenwicht. Anderen zoeken het wat verder. Zij worden vrijbuiter, randgevallen, kunstenaars of nestelen zich achter een hoofddoek of in een eeuwigdurende slavernij.
Aan de uitersten ontsnapt uiteindelijk niemand ooit volledig. Uiteindelijk wordt iedereen verliefd of ontroerd, uiteindelijk worden we toch voor onze verantwoordelijkheden gesteld, uiteindelijk breken we toch los. Maar net zo zeer worden we uiteindelijk ook ziek en sterven we, net zo zeer vallen we ooit weer samen met wat we gedaan hebben, en nu nog zijn.

 

2. Over menselijke relaties

Deze spanning tussen ding-zijn en vrijheid, speelt zich niet enkel in onszelf af, maar ook en vooral tussen mensen. Want de mens is een sociaal ding. Elke menselijke relatie berust uiteindelijk op twee pijlers: enerzijds het accepteren dat de ander er is, anderzijds het laten primeren van de grootste vrijheid. Anders uitgedrukt: elke menselijke interactie probeert de ander te reduceren tot een ding, tot wat hij/zij altijd al geweest is en voor eeuwig zal (moet) blijven, en tegelijk zichzelf de absolute vrijheid toe te kennen van de onbeperkte keuzemogelijkheden en de eeuwige veranderlijkheid. De ander doet natuurlijk hetzelfde, maar wie het meest overheeft voor zijn vrijheid wint uiteindelijk, maar enkel tot aan de grens waar het voor de ander absoluut genoeg is, en hij/zij zijn/haar vrijheid terug opeist.

Er is geen meester zonder een welwillende slaaf, er is geen baas zonder iemand die liever zijn kont likt dan zelf de verantwoordelijkheid te dragen, er is ook geen gesluierde vrouw zonder de dwang van een man of een ideologie (en vaak is dit hetzelfde - maar dat is een ander probleem). In Bielefeld kende ik een man die onverbeterlijk en altijd en overal in zijn blootje rondliep, en niemand die hem daarvoor definitief wou opsluiten... Hij deed waar ik alleen maar durf van dromen. Zijn vrijheid was zoveel groter dan de mijne...

Elke menselijke relatie, of het nu tussen individuen is, of tussen het individu en de samenleving als geheel (de ideologie), is dus door en door sado-masochistisch: iemand heeft de macht, de ander geeft er zich aan over; iemand heeft de vrijheid om te beslissen wat de ander doet, de ander geniet ervan geen verantwoordelijkheid te moeten dragen; iemand bepaalt, de ander voert uit...

 

3. Over het bewustzijn van het sado-masochisme

Meestal zijn we ons van dit sado-masochistisch fundament van ons in-de-wereld-staan niet bewust, maar dit betekent daarom niet dat ons sociaal leven niet zo functioneert. Meestal is het goed dat het zo onbewust functioneert - stel je voor dat vijfjarigen hun leraars zouden aanklagen wegens sadisme, ttz machtsgebruik...
Maar als volwassen mens is het goed bewust te zijn van dit mechanisme en er bewust mee te kunnen omgaan. Dan kan je zélf beslissen wiens gat je likt, en vooral: waarom; welke pijn je wil verdragen, en vooral: tot welke grens; wie je macht geeft over je leven en vooral: tot wat.

Het ontwikkelen van dit bewustzijn helpt ons onze plaats in de wereld beter te begrijpen, en dus duidelijker onze (machts)positie te bepalen en in te nemen. We kunnen dit bewustzijn puur theoretisch ontwikkelen in de dikke boeken vol filosofische beschouwingen, maar ook meer vanuit de praktijk: in de kunst, of in een gewoon sado-masochistische liefdesspel (en zoals gezegd: er zijn geen andere...).

 

4. Over het sado-masochistisch liefdesspel

Een wel heel bijzondere vorm van leven is de erotiek. We spélen er met die spanning tussen lichaam en ziel, tussen ding zijn en pure emoties beleven, tussen ik en de ander. Niet voor niets noemen we het orgasme de kleine dood: het hoogtepunt van emotie is uiteindelijk het terugvallen in het puur lichamelijk genot, jezelf volledig verliezen.

De kunst van de erotiek is daarom steeds het bewust spel van geven en krijgen, van dominantie en ondergaan. Het kan niet verwonderen dat vrijheidsbeperkingen (boeien, vastbinden) en afnemen/afstaan van verantwoordelijkheden er tot de standaardtaal behoren. De symmetrie van het liefdesspel, waar we in ons dagelijks leven zo veel van horen en soms over dromen, deze uitdrukking van het midden, de middelmaat ook, deze symmetrie is maar één positie binnen de kunst van de erotiek, namelijk juist deze: van het midden...
De kunst van de erotiek bestaat er echter juist in de uitersten van het menselijk bestaan op te zoeken en te (laten) doorleven, zonder eraan kapot te gaan (te sterven, of gek te worden van vrijheid). De kunst bestaat erin dit bewust te doen, als vrije keuze, en alle mogelijkheden toe te laten en te beheersen, zonder taboes of evidenties. Door bewust te spelen met de sado-masochistische mechanismen die ons leven beheersen krijgen we er inzicht in, krijgen we er macht over, bevrijden we onszelf uit onze onwetendheid en emotionele onbepaaldheid. En dit is een door en door erotische ervaring.

 

5. Over erotische kunst en de kunst van de erotiek

Kunst spreekt ons aan, omdat kunst juist ons menselijk verlangen opneemt en in materie vastlegt. Het is een ding (een beeld, een partituur, een foto) dat de niet-materiële menselijke vrijheid vastlegt. Kunst is dan een afspiegeling van ons aller ervaring: het pendelt tussen ding en vrijheid. Maar het doet dit in een afstandelijkheid die het liefdesspel ons niet kan geven: kunst is meer van de vrijheid, het liefdesspel meer van het ding - al was het maar omdat de biologisch-genetische achtergrond van sex on keer op keer inhaalt.

Niet elke kunst heeft erotiek als thema, laat staan het sado-masochisme, en dat is goed ook - ook de natuur moet getoond worden (en dus vermenselijkt) net zo zeer als pure en abstracte schoonheid getoond moet worden in de materialiteit.
Niet elke erotische kunst heeft de kunst van de erotiek tot thema, en ook dat is goed. Pure lijfelijkheid of formele schoonheid kan bij de toeschouwer/toehoorder... een intens erotisch genot opwekken - en meer hoeft dat niet noodzakelijk te zijn.

Maar soms gaan het doel (erotische kunst) en het thema (de kunst van de erotiek) hand in hand. Dan is het zoeken naar de uitersten van ding-zijn en absolute vrijheid tegelijk het onderwerp en het voorwerp van het scheppingsproces. Een erotiek die per definitie nooit kan eindigen, en dus altijd Nieuw moet blijven. Net zoals het leven zelf. Dan wordt de bevrijding en bewustwording die gezocht wordt in het scheppings-proces tegelijk de vrijheid en het (emotioneel of rationeel) inzicht dat nagestreefd wordt bij en voor het publiek. En natuurlijk ook vice versa. Project: - N? probeert deze weg.

 

6. Engagement

Van stof zijn we gemaakt, en tot stof zullen we weerkeren. Laten we hopen dat we tussendoor ook gelééfd hebben, d.w.z. onze vrijheid opgenomen. In ons eigen hart, onze eigen geest, en in onze relatie met de anderen. Het bewustzijn van macht, van het sado-masochistisch fundament van onze menselijk er-zijn, van onze tussen-menselijke relaties, kan ons helpen onze keuzes duidelijker te maken, minder slaafs slaaf te zijn, en meer macht over onze macht te hebben. En dat is niet alleen een erotische ervaring, maar vooral ook een sociaal-politiek engagement.

Philip Demeester

 
 
project: -N?
 
home | © 2009 Philip Demeester